Pas op voor de esdoorn!

 

Atypische myopathie is een bijna altijd fatale spieraandoening die vooral in het vroege najaar voorkomt. De oorzaak van deze ziekte ligt bij de esdoorn (Acer pseudoplatanus) die in of rond weilanden staat en waarvan de zaden voornamelijk in oktober en november vallen. Paarden eten deze zaden en worden daardoor ziek.

1. Voorkomen is beter

Aangezien slechts 10% van de paarden atypische myopathie overleeft, is het zaak om de ziekte te voorkomen. Plant geen esdoorns langs of in de wei en zorg dat er geen esdoorn tussen de bestaande beplanting staat.

2. Weide afzetten

Is een bestaande esdoorn niet gemakkelijk te verwijderen, maar wil je wel je paard veilig in de wei hebben? Bekijk het ‘bereik’ van de boom en zet het stuk grond waar de zaden zullen gaan vallen ruim af, zodat de paarden er niet bij kunnen. Houd rekening met een beetje wind, wat in de herfst natuurlijk regelmatig voorkomt.

3.  Hooi bijvoeren

Om te voorkomen dat paarden de esdoornzaden gaan eten, omdat het gras niet veel voeding meer bevat, kun je op de wei hooi bijvoeren. Maak een ‘hooiplaats’ zo ver mogelijk bij de boom vandaan, tegen de meest voorkomende windrichting in, en gebruik een feeder met een dakje. Zo blijft het hooi droog en voorkom je grotendeels het wegwaaien van het hooi tijdens onstuimig herfstweer.

De symptomen van atypische myopathie treden plotseling op en uiten zich in spierzwakte en spierstijfheid. Het paard wil niet bewegen en blijft verkrampt staan of gaat plat liggen. Deze symptomen zijn vergelijkbaar met maandagziekte, ofwel tying up. Ook snel ademen, rood mondslijmvlies en overmatig zweten zijn bijkomstige symptomen. Bel meteen de dierenarts als je deze symptomen bij je paard op de wei herkent!

Lees meer over de esdoorn en atypische myopathie.

 

 

Datum 24 oktober 2014 Mariëtte Ekamper